Vanmorgen hadden een Mariska en ik een gesprek met mijn nieuwe baas van CAMA Zending en zijn vrouw. Ze kwamen op kraambezoek. Boven de post staat dat is iets zinnigs wil zeggen over oude mensen, maar de aanleiding daarvoor was onze zoon die een week of vier geleden werd geboren. Het is een mooi kereltje. Maar nu weer terug naar de oudere mensen. In dat gesprek van vanmorgen kwam het op mentoren en oude mensen die als mentor zouden kunnen functioneren.Ik constateer een aantal zaken:
- Er zijn maar weinig oude wijze mensen die als mentor kunnen functioneren. Ik heb niet zulke goede ervaringen met oude mensen. Tijdens een stage in een gemeente bezocht ik alle 65plussers twee keer. Totaal zo'n 50-60 gesprekken. Velen van hen klaagden over wat niet goed was gegaan in het dagelijks leven, de familie en in de gemeente. Weinigen straalden een stuk levenservaring uit die aanstekelijk was. Nog steeds verbaas ik mij over hen.
- De vraag die ik mijzelf stelde in dat gesprek was deze: ben ik later ook zo'n oude verbitterde man? Een verbitterd mens wordt nooit een goede mentor voor anderen. Graag zou ik later voor een jongere generatie een mentor functie willen vervullen, dus moet ik nu mijn levenservaringen koesteren en ervan leren. Een potentiële mentor is iemand die openstaat voor God en de ander. Maar een potentiële mentor leert voortdurend door te lezen, door te studeren, door ervaring.
- Ik heb wel eens voor mezelf deze gedachteoefening gedaan: wie zou ik kunnen vragen als mentor? Ik had wel een aantal namen, maar er was altijd een grote schroom om op iemand af te stappen. Anderen die deze schroom minder hadden, werden bij potentiële mentors die ze DE vraag stelden niet met open armen ontvangen. Volgens mij moeten er meer mensen zijn die het omgekeerde traject volgen. Welke potentiële mentor stapt op iemand af met de vraag: Ik zie in jouw een groot potentieel, mag ik de komende tijd je mentor zijn? Er kan een grote potentie ontdekt worden voor het koninkrijk van God.
- Om mentor te zijn moet je tijd reserveren voor een ander. Tijd is schaars. We geven meer tijd aan taken dan aan mensen. We schrijven eerder een beleidsstuk om mentoren op te leiden dan om zelf mentor te zijn. Waar gaat het nu daadwerkelijk om?


